- mens
- {{mens}}{{/term}}I 〈de〉1 [redelijk wezen] human (being) ⇒ man, 〈mensdom〉 man(kind)2 [meervoud] [personen] people3 [meervoud] [medewerkers] people4 [type] person♦voorbeelden:1 ik voel me een ander mens! • I feel (like) a new personde grote mensen • grown-upsde inwendige mens versterken • fortify the inner manik ben ook maar een mens • I'm only humandat doet een mens goed • that does you gooddoor mensen gemaakt • man-madegeen mens • not a soul〈figuurlijk〉 geen (half) mens meer zijn • be worn out〈spreekwoord〉 de mens leeft niet van brood alleen • man cannot live by bread alone2 de gewone mensen • ordinary peoplesommige mensen leren het nooit! • some people never learn!we verwachten vanavond mensen • we're expecting people tonightzeg dat niet als er mensen bij zijn! • don't say that when there are people around!onder de mensen komen • get out and about, see peoplehij is een van de mensen die … • he is one of those (people) who …(eenvoudige) mensen als wij • (simple) people/folk like us3 daar heeft zij haar mensen voor • she's got people to do that4 een onmogelijk mens zijn • be impossible (to deal with)ik ben geen mens om … • I'm not one/a person to …¶ 〈tegen vrienden e.d.〉 de groetjes mensen! • bye, folks!, see you, everybody!beste mensen • 〈in brieven〉 dear all; 〈aanspreekvorm〉 (hello,) everybody!alle mensen! • goodness (gracious/me)!II 〈het〉1 [(vrouwelijk) individu] thing ⇒ creature♦voorbeelden:1 het arme mens is doodziek • the poor thing/creature is awfully illhet is een braaf/best mens • she's a good (old) souleen enig/leuk mens • a marvellous/nice personik kan dat mens niet uitstaan • I can't stand that creature〈informeel〉 mens, pas toch op • do watch out, won't you!¶ 〈informeel〉 mens, hou je kop! • will you shut up!
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.